Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl)
Het LIV (het lage-inkomensvoordeel) / jeugd-LIV / LKV (het loonkostenvoordeel) zijn onderdelen van de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl). Hieronder worden de voordelen toegelicht:

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) en jeugd-LIV
Het betreft een jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een laag loon, zodat de loonkosten lager worden en kansen voor nieuwe werknemers groter worden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:
– Het LIV (vanaf 22 jaar)
– Het jeugd-LIV (18 tot en met 21 jaar)

Voorwaarden voor het LIV zijn dat het gemiddelde SV-uurloon tussen de € 10,05 en € 12,58 ligt en dat er minimaal 1.248 verloonde uren per kalenderjaar worden gemaakt (let op: voor voorgaande jaren zijn deze uurlonen anders). Het SV-uurloon kan berekend worden door het SV-jaarloon op de verzamelloonstaat te delen door de verloonde uren. Verloonde uren zijn de uren waarover de werknemer loon ontvangt (te denken valt aan gewerkte uren, vakantie-uren, ziekte-uren etc.). Voorwaarden voor het jeugd-LIV zijn dat het gemiddelde SV-uurloon tussen de € 6,04 en € 9,82 (let op: het betreft een staffel per leeftijd).

Het loonkostenvoordeel (LKV)
Het betreft een jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers die werknemers uit onderstaande doelgroepen in dienst nemen:
– Oudere werknemers met een uitkering (56 jaar en ouder);
– Werknemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering;
– Werknemers met een arbeidsbeperking.
– Werknemers die herplaatst worden in een nieuwe/aangepaste functie bij langdurige arbeidsongeschiktheid.
– Werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak en scholingsbelemmerden;

Om het LKV te ontvangen dient de werknemer een doelgroepverklaring te hebben voor één van bovenstaande doelgroepen. Dit moet de werknemer binnen 3 maanden na indiensttreding aangevraagd hebben (bij het UWV of de gemeente, afhankelijk van de doelgroep) en naar de werkgever verstuurd hebben, anders kan de werkgever niet in aanmerking komen voor het voordeel. Let op: de werknemer is niet verplicht een doelgroepverklaring aan te vragen. Valt de aanvraag en versturen van de verklaring naar de werkgever buiten deze 3 maanden, dan heeft de werkgever geen recht meer op het voordeel.  Als de werkgever de doelgroepverklaring heeft ontvangen, dient hij deze naar het salariskantoor te sturen, zodat de salarisadviseurs dit in de aangifte loonheffingen kunnen verwerken.

Combinatie LIV / LKV
Als er voor een werknemer recht bestaat op het LIV én het LKV, wordt alleen de hoogste tegemoetkoming berekend. Zijn deze bedragen even hoog, wordt alleen het LKV betaald.

Berekening en uitbetaling LIV / LKV
De voorlopige berekening met specificaties wordt na afloop van het jaar door het UWV opgesteld (op basis van de gegevens uit de aangifte loonheffingen) en rond maart naar de werkgever gestuurd. Tot 1 mei kunnen deze gecontroleerd en gecorrigeerd worden door het salariskantoor. De definitieve berekening ontvang je uiterlijk 31 juli van de Belastingdienst. De betaling volgt uiterlijk 6 weken later, ook vanuit de Belastingdienst.

Toekomst LIV / LKV
Het LIV zal op den duur helemaal verdwijnen. Het LKV zal nog wel even blijven bestaan, want de maximale duur van de uitkering is de overheid zelfs aan het uitbreiden. Waar je bij een LKV nu recht hebt op maximaal 3 jaar, maar niet langer dan de AOW-gerechtigde leeftijd, zal dit veranderd worden naar tot einde dienstverband, maar niet langer dan de AOW-gerechtigde leeftijd.

Wil je meer weten over dit onderwerp? Neem contact op met onze consultants via 0493-322948 of via info@primawerkenmens.nl.